Bezoek Düsseldorf, 28 juni 2014

dd aDe Vrienden zijn bijna vertrokken richting ‘Raketenstation’ als ik op mijn fiets bij het spoorstation van Sittard arriveer. Frits Simon stelt mij gerust er is nog plaats genoeg om met de overige negenendertig deelnemers van deze excursie als laatst aangekomene mee te gaan. Dit keer voor het eerst onder leiding

van die ‘neue Kommandatur’ van Frits Simon en Robert van Lanschot.Bij het vertrek hoor ik bij hen enige onzekerheid die wordt afgedekt door de aanwezigheid van oudgediende Wilmien.

Na wat omzwervingen stopt de bus op de smalle landweg bij het Raketenstation Langen Foundation. Voor het moderne gebouw komen wij door een betonnen toegangsmuur/poort en krijgen zicht op het gebouw met ervoor een driehoekige zeer ondiepe vijver. Een lichtkleurige hond zit als een standbeeld op zijn kont er middenin. Het dier beweegt en is echt. Alle natuurlijke elementen contrasteren met het gebouw. Zo zal alles wat in het gebouw opgesteld is opvallen.

De groep splitst zich in een met een Duits sprekende gids en een met een Nederlands sprekende.

dd dIk voeg me bij de Duitser. Zijn nogal academisch taalgebruik is inspannend en ik neig tot afhaken. Ik blijf mijn best doen en kom erachter dat Renaissance en Maniërisme invloed hebben op de keuze voor strakke ordening enerzijds en functionele versiering anderzijds. Het gebouw toont de openheid door glas en staal aan de buitenkant en het beton als gesloten vormen binnen. Hier en daar zijn frivole doorkijkjes toegestaan.

De eerste ingerichte langwerpige ruimte met alleen een smal bovenlicht en spots laten een serie vrijwel identieke gescheiden rekken zien. De maat is als van een groot droogrek. In die rekken hangen opgerolde ronde draadkabels.

dd bDe spots vormen van deze objecten een zwakke schaduw op de muur die hier en daar wat ongeordend stucwerk laat zien. Het geheel wordt aan de tegenoverliggende wand aangevuld met een slordig tekenvel met eveneens spiraalvormen en met wat foto’s met soortgelijke vormen. Ik kan er geen touw aan vastknopen en dat zal ook niet de bedoeling zijn vermoed ik. Gauw door naar de volgende enorm grote donkere ruimte waar je boven binnenkomt en via een aflopende vloer zigzag naar beneden loopt. Een wand is belicht door deels bewegende zwarte objecten die gaten hebben waar het licht uit schijnt.

De grote wand is zelf ook geperforeerd met lichtgaten die samen diverse cirkels vormen.

dd cEen mooi voorbeeld van lichtbewerking, een soort voorloper van wat nu alle lightshows bij dance-party’s met computergestuurde programma’s spectaculair maakt. Hier in de Langen Foundation doet het nog slow en rustgevend aan. De laatste zalen worden gedomineerd door twee elementen. Een is spektakel als op een kermis: opgeblazen plastic palmachtige enorm grote vormen, tot het plafond reikend, elk in een primaire kleur. Het tweede element is het enorme kabaal dat het opblazen van de vormen blijkbaar nodig maakt. Ronduit storend en ons weg blazend van waar het om gaat. Aan de grote blauwe actionpaintings op papier en nog wat foto’s loop ik snel voorbij, ik kan er niet langer dan vijf minuten verblijven.

dd eOngetwijfeld zal het aangekondigde buitenspektakel met dit materiaal van Otto Piene op een later datum meer bieden. Ik heb genoeg gezien en gehoord en vlucht net al de rest van de groep naar buiten om te voet naar onze lunch te gaan. Een buitengroep (het was net nog droog) en een binnengroep genieten van lekker brood en linzensoep, van salade en van een vanilleyoghurt met verse aardbeien. De plensbui komt op tijd om ons de bus in te jagen voor het middagprogramma.

In Düsseldorf, waar het woord dorf wel van worden geschrapt, wacht ons de tentoonstelling Kunst und Alchemie in het immense Kunstpalast. Duitse Püntlichkeit zorgt ervoor dat je geen tas te groot meeneemt naar de expositie en er niet fotografeert bij de bijzondere tentoonstelling. Strenge dames en heren wijzen je er terecht als je op vitrines leunt of ergens te dicht bij komt.

Voor de wc kan je twee enorme trappen afdalen langs verdiepingen waardoor het museum meer een verbouwde burcht lijkt dan een kunstpaleis.

De tentoonstelling begint met het verleden van de alchemie. Het is er duister en illustratief voor het verborgen karakter van wat men probeerde te ontdekken. Goud het liefst en voorts de geheimen van lichaamssappen als bloed. Ongetwijfeld heeft men veel ontdekt maar de waarde ervan was nog beperkt toepasbaar en met veel geheimzinnigheid omgeven. De afgebeelde werkplaatsen laten een santenkraam zien die van weinig ordening blijk geeft. Dit deel van de tentoonstelling is meer een opsomming van: ze waren in die tijd leuk bezig. In een aparte ruimte, een soort Wunderkammer, is een wat verrassender opsomming van materialen en objecten: stenen, koralen, een bronzen schedel als voorloper van de schedel met diamanten van Damien Hirst, een sculptuur van louter witte veren, een open bolvorm van aan elkaar gelijmde super kleine dierschedeltjes. Men knutselt wat bij elkaar en maakt het daardoor geheimzinniger dan het lijkt. Met een nagemaakt hoofd van een man waar uit de hersenen een boompje groeide is dit allegaartje de historie met toegevoegde elementen uit deze tijd.

Na een koffiepauze in de centrale vide met een prachtig hangend luchtig takken-achtig decor ligt het vervolg van de tentoonstelling in de tegenovergelegen ruimte die je bijna zou vergeten zo immens en tevens verborgen is de ligging van die zalen.

Gelukkig genoeg tijd voor het lichte gedeelte van de ‚Alchemie’. Hier de bevrijding van het duister, een herkenbare opluchting door het moderne waarmee ik me meer kan identificeren. Een groot blauw doek met sponsvormen van Ives Klein en een met goudholtes in het doek. Surrealisten als Max Ernst met materie-schilderijenen en symbolen. Een zaal geheel geëxporteerd uit het De Pont museum van Tilburg met Sigmund Polke die printvormen met figuren uit de oudheid verbindt. Een zaal met Joseph Beuss die natuurlijk onvermijdelijk is in zijn democratische symbolieken. De loodzware Amselm Kiefer waarin het centimeter dikke schilderij wordt gecombineerd met een eraan bevestigde weegschaal ongetwijfeld om het materiële gewicht af te zetten tegen dat van de historie. En tenslotte als voorbeeld Rebecca Horn, die tijd en materiaal in mechanieken, in woorden en in materialen zoals veren, en waterdruppels laat spreken. Een overweldigende collectie die wordt gepersifleerd door een grote tafel met de meest waanzinnige materialen in fluoriderende en andere niet natuurlijke kleuren, als een snoepuitstalkast voor ons, kinderen die verleid willen worden naar het onbekende en wellicht verderfelijke.

Deze zaal maakt alles goed op een dag die verder prima verliep en waar we op tijd thuis na konden genieten.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.